Overlijden

Moet er iets doorgegeven worden?
Als u in Nederland woont, is dat niet nodig. Als het overlijden gemeld is bij de gemeente, geeft de gemeente dat aan het pensioenfonds door. Woont u in het buitenland wanneer u overlijdt, dan moeten uw nabestaanden uw overlijden bij Pensioenfonds ING melden. Zij doen dat door een brief te sturen.

Wat is er geregeld voor uw partner?
Afhankelijk van de regeling die voor u geldt, heeft uw partner recht op partnerpensioen als u, voordat u met pensioen gaat of voordat uw deelnemerschap aan de regeling is beëindigd:

  • getrouwd bent of
  • uw partnerschap bij de gemeente geregistreerd heeft of
  • samenwoonde, uw partner bij ons heeft aangemeld

Is uw partner op dat moment nog geen 65 jaar, dan kan hij of zij recht hebben op een uitkering vanwege de Algemene nabestaandenwet (ANW) van de overheid. Bijvoorbeeld als hij of zij zorgt voor kinderen onder de 18 jaar.Deze en andere voorwaarden vindt u bij de Sociale Verzekeringsbank.

Wat is er geregeld voor uw kinderen?
Uw kinderen en stiefkinderen hebben tot 18 of 21 jaar (afhankelijk van de regeling die voor u geldt) recht op wezenpensioen. Voor pleegkinderen geldt als voorwaarde dat u hen moet aanmelden bij het pensioenfonds en dat het pensioenfonds de pleegkinderen moet aanvaarden.

Afhankelijk van de regeling gelden er voorwaarden voor het wezenpensioen. In sommige regelingen is er bijvoorbeeld alleen recht op wezenpensioen als de kinderen geboren zijn voordat u uit dienst ging bij ING.

Het recht op wezenpensioen kan verlengd worden, bijvoorbeeld als een kind studeert of het ouderlijk huishouden verzorgt. Wezenpensioen stopt als het kind 27 jaar wordt. Het is gemiddeld 14% van uw ouderdomspensioen (percentage is afhankelijk van de regeling die voor u geldt). 

Uw kinderen kunnen recht hebben op een uitkering vanwege de Algemene nabestaandenwet (ANW) van de overheid. De voorwaarden hiervoor vindt u bij de Sociale Verzekeringsbank.

Uw mening is belangrijk. Wij stellen het op prijs als u uw mening geeft over deze pagina.