Nieuws

Gemiddelde reële dekkingsgraad per 31 december 2017 95,2% (+0,4%-punt)
  • De gemiddelde reële dekkingsgraad over de laatste twaalf maanden steeg met 0,4%-punt naar 95,2%. Op basis hiervan is op dit moment volledige toeslagverlening mogelijk (zie toeslagenbeleid).
  • De DNB-beleidsdekkingsgraad kwam eind december uit op 142,2%. Dat is 0,2%-punt hoger dan vorige maand en ruim boven de wettelijk vereiste dekkingsgraad van 110%. 
  • De marktwaardedekkingsgraad is met 2,0%-punt gedaald naar 139,6%. Deze dekkingsgraad geeft het beste beeld van de financiële ontwikkeling van het Fonds in de afgelopen maand.

Gemiddelde reële dekkingsgraad

DNB-beleidsdekkingsgraad

Marktwaardedekkingsgraad

95,2%

142,2%

139,6%

▲0,4%

▲0,2%

▼2,0%

Wij begrijpen dat de verschillende dekkingsgraden vragen bij u kunnen oproepen. Voor meer informatie verwijzen we u daarom graag naar de uitleg over de dekkingsgraad van het Fonds

Verloop dekkingsgraden

Beweeg de muis over de grafiek voor meer informatie

Let op
De oranje lijn in de grafiek toont de twaalfmaandsgemiddelde reële dekkingsgraad. Tot 1 januari 2016 betreffen de punten echter nog de actuele reële dekkingsgraad.


Ontwikkelingen in de afgelopen maand

  • Het Fonds heeft besloten om per 1 januari 2018 een volledige toeslag van 1,34% te verlenen (indexatie) aan gewezen deelnemers en pensioengerechtigden die de afgeleide prijsindex als toeslagmaatstaf volgen. De invloed van deze toeslagverlening op de marktwaardedekkingsgraad was -1,1%-punt.
  • Het totale rendement op de beleggingen over de maand december was negatief en kwam uit op -0,2%. Dit werd veroorzaakt door een negatief rendement op staatsobligaties en bedrijfsobligaties; het rendement op de overige beleggingscategorieën was positief.
  • Door het negatieve rendement daalde de waarde van de beleggingen van € 27,35 miljard naar € 27,3 miljard.
  • De totale waarde van de pensioenverplichtingen steeg met 1,1%. Dit werd geheel veroorzaakt door de hierboven genoemde toeslagverlening.
  • De marktwaardedekkingsgraad daalde, omdat de waarde van de beleggingen procentueel daalde terwijl de waarde van de pensioenverplichtingen steeg.
  • De waarde van de reële pensioenverplichtingen steeg procentueel harder dan de waarde van de nominale pensioenverplichtingen door een gestegen inflatieverwachting.