Dekkingsgraad

  • Uitleg dekkingsgraad
  • Soorten dekkingsgraden
  • Achtergrond reële dekkingsgraad

Uitleg dekkingsgraad

De dekkingsgraad is de belangrijkste graadmeter voor de financiële situatie van een pensioenfonds. Het geeft een indicatie of een pensioenfonds in staat is om de pensioenen nu en in de toekomst uit te betalen. De dekkingsgraad wordt berekend door de bezittingen van een pensioenfonds (zoals beleggingen in aandelen en obligaties) te delen door de pensioenverplichtingen (de pensioenaanspraken van alle deelnemers) en wordt uitgedrukt in een percentage.

Bij een dekkingsgraad van 100% kan een pensioenfonds in principe aan alle opgebouwde verplichtingen voldoen. Volgens de wet moeten de pensioenfondsen echter ook over buffers beschikken zodat ze onvoorziene situaties kunnen opvangen. Daarom stelt de toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) een wettelijke vereiste dekkingsgraad vast die boven de 100% ligt. Een dekkingsgraad van bijvoorbeeld 110% betekent dus dat een pensioenfonds €1,10 in kas heeft voor elke euro die het aan pensioen moet betalen. DNB vergelijkt de actuele dekkingsgraad met de vereiste dekkingsgraad om te controleren of een pensioenfonds voldoende vermogen heeft.

Het Fonds berekent verschillende dekkingsgraden, elk om een bepaalde reden. Lees meer

Bekijk de actuele dekkingsgraad.

Meer informatie

Soorten dekkingsgraden

Het Fonds berekent de dekkingsgraad op verschillende manieren, elk om een bepaalde reden. In onderstaande tabel staan de verschillende dekkingsgraden met hun  belangrijkste kenmerken voor u op een rij.

Dekkingsgraad

Berekening

(Twaalfmaandsgemiddelde) reële dekkingsgraad
In de reële dekkingsgraad wordt behoud van koopkracht meegenomen alsof het een verplichting is van het Fonds. Het Fonds gebruikt de gemiddelde dekkingsgraad over de laatste twaalf maanden voor besluiten over verhoging van uw pensioen (toeslagverlening). Deze dekkingsgraad is lager dan de andere dekkingsgraden die het Fonds berekent. Dat wil niet zeggen dat er minder kans is op toeslagverlening.

Deze dekkingsgraad wordt berekend op basis van de in de markt waargenomen rentetermijnstructuur en inflatieverwachtingen. Een reële dekkingsgraad van 100% betekent dat het Fonds voldoende vermogen heeft om de opgebouwde pensioenen uit te betalen én om deze volledig te verhogen met de verwachte prijsstijging in een jaar. 

Wilt u nog meer weten over de reële dekkingsgraad? Lees dan de achtergrondinformatie.

DNB-(beleids)dekkingsgraad
De DNB-dekkingsgraad is de dekkingsgraad die het Fonds berekent voor de toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB).

Aan de hand van de gemiddelde DNB-dekkingsgraad over de laatste twaalf maanden, de zogenaamde DNB-beleidsdekkingsgraad, wordt bepaald of een pensioenfonds een tekort heeft. Hiervoor vergelijkt DNB de beleidsdekkingsgraad met de wettelijk vereiste dekkingsgraad. De wettelijk vereiste dekkingsgraad verschilt per pensioenfonds en is afhankelijk van de financiële risico’s van het fonds. De wettelijk vereiste dekkingsgraad van Pensioenfonds ING is ongeveer 110% (ultimo 2016).

De DNB-(beleids)dekkingsgraad wordt ook gebruikt om de dekkingsgraad van pensioenfondsen onderling te kunnen vergelijken. 

Deze dekkingsgraad wordt berekend op basis van een kunstmatige rekenrente (de zogenaamde Ultimate Forward Rate – UFR) die door DNB wordt vastgesteld.

 

Marktwaardedekkingsgraad
De marktwaardedekkingsgraad wordt door het Fonds gebruikt bij het bepalen van het financiële beleid. Deze dekkingsgraad geeft een goed beeld van de werkelijke financiële positie van het Fonds.

Deze dekkingsgraad wordt berekend op basis van de in de markt waargenomen rentetermijnstructuur, zonder de correcties die DNB hanteert.

Meer informatie

Achtergrond reële dekkingsgraad

Achtergrondinformatie reële dekkingsgraad

Het Fonds streeft ernaar uw pensioen met behoud van koopkracht uit te betalen, nu en in de toekomst. In de reële dekkingsgraad wordt behoud van koopkracht meegenomen alsof het een verplichting is van het Fonds. Daarom gebruikt het Fonds de gemiddelde reële dekkingsgraad over de laatste twaalf maanden (twaalfmaandsgemiddelde) als leidraad voor de verhoging van uw pensioen door toeslagverlening (indexatie). De reële dekkingsgraad is daarmee een belangrijke dekkingsgraad voor alle (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden. Het Fonds gebruikt het twaalfmaandsgemiddelde om minder afhankelijk te zijn van dagkoersen op de financiële markten.

Bij een gemiddelde reële dekkingsgraad vanaf 88% (toeslagstaffel 2017) kan het Bestuur besluiten tot volledige toeslagverlening. Deze grens wordt jaarlijks 1%-punt verhoogd. Omdat het Fonds al volledig kan indexeren bij een gemiddelde reële dekkingsgraad onder de 100%, gaat het Fonds er vanuit dat voor eventuele toekomstige toeslagverlening bepaalde rendementen behaald worden, wat afhankelijk is van ontwikkelingen op de financiële markten.

Let op
De toeslagverlening is altijd voorwaardelijk. Dit betekent dat bij een prijsstijging of cao-loonstijging uw pensioen niet automatisch wordt verhoogd. Het Bestuur van het Fonds besluit op basis van de financiële positie van het Fonds of er een verhoging (toeslag) wordt toegekend en zo ja, hoe hoog die is. 

De Nederlandsche Bank (DNB) vraagt in verband met het nieuwe Financieel Toetsingskader (nFTK) om jaarlijks de reële dekkingsgraad te rapporteren. De berekeningswijze hiervan wijkt af van de berekeningswijze van de reële dekkingsgraad in de communicatie van het Fonds naar deelnemers over de financiële positie van het Fonds.

Reële dekkingsgraad lager dan andere dekkingsgraden

Een reële dekkingsgraad van 100% betekent dat het Fonds op het meetmoment voldoende vermogen heeft om de opgebouwde pensioenen uit te betalen én om deze ook in de toekomst volledig te verhogen met de verwachte stijging van de prijzen.

Hierdoor is deze dekkingsgraad lager dan de marktwaardedekkingsgraad of de DNB-beleidsdekkingsgraad (zie ook de uitleg bij de grafiek hieronder), omdat bij de marktwaarde- en DNB-beleidsdekkingsgraad geen rekening wordt gehouden met verwachte inflatie.

Inflatieverwachting

In de reële dekkingsgraad is rekening gehouden met de verwachtingen voor de Europese prijsinflatie. Hoewel Pensioenfonds ING de voorkeur geeft aan Nederlandse loon- en prijsinflatieverwachtingen, zijn deze niet op actuele basis verkrijgbaar in de markt. Het beste alternatief zijn de beschikbare actuele cijfers over de Europese prijsinflatie. Die zagen er eind oktober 2016 als volgt uit:

Uitleg bij de grafiek:

Rentetermijnstructuur

Met de rente per looptijd wordt de waarde van de pensioenverplichtingen bepaald door de toekomstige uitkering contant te maken.

Inflatiecurve

De curve van de Europese prijsinflatie voor de verschillende looptijden.

DNB-rente

De rente die DNB voorschrijft aan pensioenfondsen, waarmee de verplichtingen contant gemaakt kunnen worden. Die rente ligt hoger dan de marktrente als gevolg van het feit dat vanaf 20 jaar rekening wordt gehouden met een ‘Ultimate Forward Rate (UFR)’ van momenteel 2,9%. Dit wil zeggen dat de rente op lange termijn groeit naar 2,9%. Dit veroorzaakt voor Pensioenfonds ING het verschil tussen de marktwaardedekkingsgraad en de DNB-dekkingsgraad.

De markt voor de Europese prijsinflatie is, zeker voor langere looptijden, een vrij beperkte markt. Dit kan op dagbasis leiden tot fluctuatie in de verwachtingen en daarmee in de reële dekkingsgraad. Bij toeslagbesluiten op basis van de reële dekkingsgraad wordt dan ook rekening gehouden met de ontwikkeling van de reële dekkingsgraad in de voorafgaande maanden (het twaalfmaandsgemiddelde) en niet alleen met de (dag)stand van de voorafgaande maand.

De Nederlandse inflatie is in de markt niet volledig af te dekken. Dit betekent dat toeslagverlening altijd onzeker is. Een 100% reële dekkingsgraad wil dus niet zeggen dat in de toekomst altijd volledig geïndexeerd kan worden. Dat hangt immers af van de toekomstige ontwikkelingen op de financiële markten.

Berekening pensioenverplichtingen

Een uitkering die naar verwachting over 10 jaar wordt uitgekeerd, wordt contant gemaakt met de factor 1/(1 + de rente voor die looptijd) tot de macht 10.

Voor de reële verplichtingen wordt die nominale uitkering eerst vermenigvuldigd met de factor (1 + de inflatie voor die looptijd) tot de macht 10.

In onderstaande grafiek is voor alle looptijden weergegeven wat het effect is van de inflatie. Daarbij geldt: hoe verder weg de uitkering ligt in de toekomst, hoe groter het effect van de inflatie.

Dekkingsgraden andere pensioenfondsen onderling nog niet vergelijkbaar

De reële dekkingsgraden van ondernemingspensioenfondsen zijn (nog) niet te met elkaar te vergelijken. Dit komt onder meer doordat een deel van de andere pensioenfondsen rekent met de DNB-rentetermijnstructuur en Pensioenfonds ING rekent met de marktrente (zie de uitleg van het Fonds hierover). Sommige pensioenfondsen houden in hun reële dekkingsgraad bovendien rekening met een afslag op de inflatie voor een in de inflatiemarkt te veronderstellen risicopremie, waarmee de reële dekkingsgraad iets hoger uitkomt. Bij Pensioenfonds ING is dat niet het geval, omdat het Fonds rekening wil houden met de prijs die in de markt betaald moet worden om dit risico af te dekken.

Sinds begin 2015 zijn pensioenfondsen wettelijk verplicht ten minste eenmaal per jaar een reële dekkingsgraad te bepalen en aan DNB te melden. In de wettelijke berekening wordt gerekend met een vaste inflatie van 2% per jaar en wordt de inflatiekasstroom contant gemaakt met het, wettelijk gezien, maximaal te veronderstellen rendement op aandelen van 6,75%. De nominale uitkeringen worden contant gemaakt met de DNB-rentetermijnstructuur. Dit leidt tot een hogere reële DNB-dekkingsgraad dan de reële dekkingsgraad die Pensioenfonds ING als beleidsmaatstaf hanteert. Pensioenfonds ING is hierin voorzichtiger. Deze reële DNB-dekkingsgraad zou bijvoorbeeld per eind november 2016 112,2% bedragen, tegen 92,3% volgens de berekeningswijze van Pensioenfonds ING.

Wilt u de dekkingsgraden van verschillende pensioenfondsen vergelijken? Maak dan gebruik van de DNB-beleidsdekkingsgraad, die wordt bepaald als het twaalfmaandsgemiddelde van de DNB-dekkingsgraden.

Meer informatie